Meer economische groei, meer burnout.
Van hard werken ga je niet dood, zal de econoom denken. Misschien niet, hoewel ook hard werken zijn grenzen kent. Denk maar aan Japan met zijn dood door overwerk (karoshi). In Nederland eist de werkdruk zijn tol. Volgens psychische vermoeidheid en werk (onder redactie van Houtman, Schaufeli en Taris, NWO/Samsom 2000) is 4% van de werknemers burnout en loopt 16,1% een verhoogd risico te lopen. Op een totale beroepsbevolking van 6.8 miljoen betekent dit 270.000 uitgeputte werknemers en 1,3 miljoen werknemers die er tegenaan zitten. Niet dat die allemaal opgebrand raken, gelukkig nemen velen preventief maatregelen en gaan het wat rustiger aandoen, of zoeken ander werk. Het onderzoek levert tal van interessante gegevens op, waaruit je kan concluderen dat de aandacht niet gericht moet zijn op harder werken, maar op maatregelen die burnout voorkómen. Veel energievreters op het werk en weinig energiegevers veroorzaken burnout. De energievreters zijn: hoge werkdruk, hoge emotionele belasting en in je vrije tijd veel piekeren over je werk. Het tekort aan belangrijke energiegevers bestaat uit te weinig sociale steun, geen feedback op je werk, geen coachende leiding, weinig autonomie en weinig ontplooiingsmogelijkheden. De onderzoekers zijn vrij duidelijk over de oorzaken van burnout; het ligt niet zozeer aan de leeftijd, het man of vrouw zijn, wel of geen kinderen hebben. Het gaat om de balans tussen wat het werk van je vraagt en wat je ervoor terugkrijgt. En of je capaciteiten afgestemd zijn op de eisen die het werk aan je stelt. Er is slechts een demografische variabele die een belangrijke rol speelt. Als alleenstaande heb je 1,5 tot 2,5 keer zoveel kans op burnout als een werknemer die samenwoont of gehuwd is. Een gegeven dat koren op de molen is van de politicoloog Robert Lane, die in zijn Loss of happiness in market democracies tekeer gaat tegen onze obsessie met groei en geld, want zoals hij aanvoert: plezier is niet te koop. Een computer geeft geen knuffels.Werknemers moeten met gunstige fiscale maatregelen gestimuleerd worden om langer te werken. De NRC van 4 januari citeert deze uitspraak van secretaris-generaal Jan Willem Oosterwijk van Economische Zaken uit het gezaghebbende economenblad Economische Statistische Berichten (ESB). De secretaris-generaal is bezorgd over de afnemende groei van het arbeidsaanbod door vergrijzing en hij voorziet een daling van de economische groei als het arbeidsaanbod afneemt. Hij wil graag het arbeidspotentieel beter benutten. Als spijkerhard argument geeft hij aan dat Nederland van de OESO-landen de kortste jaarlijkse arbeidstijd heeft. Zijn voorstel is door de werkgeversorganisaties gunstig ontvangen. De werknemersorganisatie, het FNV heeft zo zijn bedenkingen: er wordt in Nederland meer gewerkt dan uit de officiële statistieken blijkt.
Van hard werken ga je niet dood, zal de econoom denken. Misschien niet, hoewel ook hard werken zijn grenzen kent. Denk maar aan Japan met zijn dood door overwerk (karoshi). In Nederland eist de werkdruk zijn tol. Volgens psychische vermoeidheid en werk (onder redactie van Houtman, Schaufeli en Taris, NWO/Samsom 2000) is 4% van de werknemers burnout en loopt 16,1% een verhoogd risico te lopen. Op een totale beroepsbevolking van 6.8 miljoen betekent dit 270.000 uitgeputte werknemers en 1,3 miljoen werknemers die er tegenaan zitten. Niet dat die allemaal opgebrand raken, gelukkig nemen velen preventief maatregelen en gaan het wat rustiger aandoen, of zoeken ander werk. Het onderzoek levert tal van interessante gegevens op, waaruit je kan concluderen dat de aandacht niet gericht moet zijn op harder werken, maar op maatregelen die burnout voorkómen. Veel energievreters op het werk en weinig energiegevers veroorzaken burnout. De energievreters zijn: hoge werkdruk, hoge emotionele belasting en in je vrije tijd veel piekeren over je werk. Het tekort aan belangrijke energiegevers bestaat uit te weinig sociale steun, geen feedback op je werk, geen coachende leiding, weinig autonomie en weinig ontplooiingsmogelijkheden. De onderzoekers zijn vrij duidelijk over de oorzaken van burnout; het ligt niet zozeer aan de leeftijd, het man of vrouw zijn, wel of geen kinderen hebben. Het gaat om de balans tussen wat het werk van je vraagt en wat je ervoor terugkrijgt. En of je capaciteiten afgestemd zijn op de eisen die het werk aan je stelt. Er is slechts een demografische variabele die een belangrijke rol speelt. Als alleenstaande heb je 1,5 tot 2,5 keer zoveel kans op burnout als een werknemer die samenwoont of gehuwd is. Een gegeven dat koren op de molen is van de politicoloog Robert Lane, die in zijn Loss of happiness in market democracies tekeer gaat tegen onze obsessie met groei en geld, want zoals hij aanvoert: plezier is niet te koop. Een computer geeft geen knuffels.Werknemers moeten met gunstige fiscale maatregelen gestimuleerd worden om langer te werken. De NRC van 4 januari citeert deze uitspraak van secretaris-generaal Jan Willem Oosterwijk van Economische Zaken uit het gezaghebbende economenblad Economische Statistische Berichten (ESB). De secretaris-generaal is bezorgd over de afnemende groei van het arbeidsaanbod door vergrijzing en hij voorziet een daling van de economische groei als het arbeidsaanbod afneemt. Hij wil graag het arbeidspotentieel beter benutten. Als spijkerhard argument geeft hij aan dat Nederland van de OESO-landen de kortste jaarlijkse arbeidstijd heeft. Zijn voorstel is door de werkgeversorganisaties gunstig ontvangen. De werknemersorganisatie, het FNV heeft zo zijn bedenkingen: er wordt in Nederland meer gewerkt dan uit de officiële statistieken blijkt.